Ruimte en tijd en hoe die begrippen precies in ons brein vorm krijgen, fascineert onderzoekers al eeuwen. Een nieuw onderzoek licht een tipje van de sluier op en concludeert dat bij kinderen het begrip van tijd onlosmakelijk verbonden is met het begrip van ruimte.
De kinderen kregen een film te zien waarin twee slakken langs parallelle paden meerdere wedstrijden liepen. De slakken liepen echter niet dezelfde afstand en niet even lang. Vervolgens kregen de kinderen de vraag om de afstand die elke slak had afgelegd en de tijd waarin hij dat gedaan had in te schatten. Oftewel: welk dier liep een langere afstand of deed er langer over? Wanneer de kinderen naar de afstand gevraagd werd dan hielden ze geen enkele rekening met de tijd. Maar wanneer ze de tijd moesten bepalen, konden ze de afstand die de slak had afgelegd moeilijk negeren. De slak die een langere afstand had afgelegd werd automatisch ook gezien als de slak die het langst gelopen had. De kinderen gebruiken de fysieke afstand dus om tijd te bepalen.
In het Nederlands kunnen we al iets van die opvatting opmerken. Zo hebben we het altijd over een korte vergadering en een lange vakantie. Ruimte wordt gebruikt om tijd uit te drukken. Toch kan dat in dit experiment geen rol hebben gespeeld; de proefpersonen waren allen Grieks en in de Griekse taal is het heel goed mogelijk om een vraag naar tijd te stellen zonder de ruimtelijk bepalingen als kort of lang te gebruiken.
De conclusies brengen een interessante vraag met zich mee. Heeft de mens vanwege de inrichting van de fysica er intu
Gerelateerde berichten:






